ECLI:NL:RVS:2012:BW1430
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering BMA-advies over veilige behandelomgeving bij vreemdeling met PTSS
De zaak betreft het hoger beroep van de minister tegen een uitspraak van de rechtbank die het besluit tot afwijzing van een verblijfsvergunning aan een vreemdeling met PTSS vernietigde wegens een motiveringsgebrek. Het Bureau Medische Advisering (BMA) had in haar advies onvoldoende aandacht besteed aan de door de behandelend psychiater gestelde noodzaak van een veilige behandelomgeving in het land van herkomst. De Raad van State stelt dat het BMA zich, gelet op de concrete informatie van de behandelaar, gemotiveerd had moeten uitlaten over de vraag of er gerede twijfel bestaat over de effectiviteit van de medische behandeling in het land van herkomst.
De minister voerde aan dat het beoordelen van veiligheid een subjectieve en speculatieve voorspelling is die niet thuishoort in een medisch advies en dat het BMA zich aan tuchtrechtelijke zorgvuldigheidsnormen moet houden. De Raad van State oordeelt echter dat het BMA, binnen zijn deskundigheid, wel degelijk aandacht had moeten besteden aan de veiligheid als voorwaarde voor een zinvolle behandeling, mede gelet op de aard en het ontstaan van de psychische klachten.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten. Het besluit van 7 oktober 2009 wordt bekrachtigd als kennelijk ongegrond, waarbij het motiveringsgebrek in het BMA-advies centraal staat.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens onvoldoende motivering van het BMA-advies over veiligheid als voorwaarde voor behandeling.