ECLI:NL:RVS:2012:BW1621
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen door werkgever
De minister legde aan [appellante] een boete van €8.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De rechtbank Amsterdam mat de boete tot €7.600 en verklaarde het beroep van [appellante] gegrond, maar de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Raad overwoog dat het ruime werkgeversbegrip van de Wav, dat ook [appellante] als werkgever aanmerkt, niet in strijd is met het EVRM of de Europese richtlijn 2009/52/EG. De boete is passend gezien de ernst en verwijtbaarheid van de overtreding, waarbij [appellante] onvoldoende maatregelen heeft getroffen om naleving van de Wav te waarborgen.
Verder werd geoordeeld dat het bewijs, waaronder het boeterapport op ambtseed en verklaringen van de politie, voldoende is om vast te stellen dat de vreemdeling daadwerkelijk arbeid verrichtte. De bezwaren van [appellante] tegen de hoogte van de boete en vermeende schendingen van fundamentele rechten werden verworpen. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de boete van €7.600 is bevestigd.