ECLI:NL:RVS:2013:645
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onrechtmatige tewerkstelling en boeteoplegging Wet arbeid vreemdelingen
In deze zaak gaat het om boetes die de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft opgelegd aan appellante wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav).
De rechtbank Arnhem had de boetes gematigd vanwege een verminderde mate van verwijtbaarheid van appellante, die de bezorging van een dagblad had uitbesteed aan een distributeur. Zowel appellante als de minister gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelt dat appellante als werkgever in de zin van de Wav moet worden aangemerkt en dat de boetes terecht zijn opgelegd. De matiging van de boetes door de rechtbank wordt verworpen omdat appellante onvoldoende heeft gedaan om overtredingen te voorkomen en bewust het risico heeft genomen dat de wet zou worden overtreden.
Verder faalt het beroep van appellante op schending van het gelijkheidsbeginsel en diverse artikelen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Ook het beroep op overschrijding van termijnen wordt verworpen.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van appellante ongegrond, dat van de minister gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt boetes wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en vernietigt het vonnis van de rechtbank Arnhem.