ECLI:NL:RVS:2012:BW2893
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Beslissing over verblijfsvergunning en gezinsleven vreemdeling met kind EU-burger
De zaak betreft een vreemdeling die haar verblijfsvergunning wilde wijzigen om in Nederland met haar kind, dat de Nederlandse en Amerikaanse nationaliteit bezit, te verblijven. De minister trok de verblijfsvergunning in omdat de vreemdeling en het kind zich in de Verenigde Staten vestigden na echtscheiding.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met het belang van het kind en het gezinsleven in Nederland, en vernietigde het besluit. De minister ging in hoger beroep en stelde dat hij een beoordelingsruimte heeft bij de belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro en dat de rechtbank die toets niet correct had toegepast.
De Raad van State bevestigde dat de minister terecht een 'fair balance' heeft gevonden tussen het belang van het kind en het algemeen belang van de staat, mede omdat de vreemdeling zelf koos voor vestiging in de VS en er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven daar uit te oefenen. Ook het beroep op het EU-burgerschap van het kind en het IVRK faalde. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.