ECLI:NL:RBDHA:2013:19711
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsrecht aan moeder ter bescherming van Unieburger-kind op grond van artikel 20 VWEU
Eiseres, moeder van een minderjarig Nederlands kind, vroeg een verblijfsvergunning aan maar kreeg deze geweigerd wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De vader van het kind erkende het kind wel, maar oefende geen gezinsleven uit en wenste dit ook niet. Eiseres verzorgt het kind volledig en het kind is geheel van haar afhankelijk.
De rechtbank overwoog dat weigering van verblijf aan eiseres ertoe zou leiden dat het kind het grondgebied van de Unie geheel zou moeten verlaten, waardoor het effectieve genot van de rechten als Unieburger aan het kind zou worden ontnomen. Dit zou strijdig zijn met artikel 20 van Pro het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU).
De rechtbank oordeelde dat eiseres uitzonderlijk een verblijfsrecht toekomt om haar kind te begeleiden en samen met haar in Nederland te verblijven. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd een voorlopige voorziening getroffen om uitzetting te voorkomen totdat het nieuwe besluit is genomen.
Uitkomst: Eiseres krijgt uitzonderlijk verblijfsrecht toegekend op grond van artikel 20 VWEU om haar Nederlandse kind te begeleiden.