ECLI:NL:RVS:2012:BW3342
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing aanvraag voortgezet verblijf voor voormalig slachtoffer mensenhandel
De vreemdeling, voormalig slachtoffer van mensenhandel, verzocht om voortgezet verblijf in Nederland na afloop van haar verblijfsvergunning. De staatssecretaris wees dit verzoek af, waarna de rechtbank het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar overwegingen.
De minister stelde in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom van de vreemdeling niet kon worden gevergd Nederland te verlaten, mede gelet op het ambtsbericht over de opvang en re-integratie van slachtoffers in Nigeria via NAPTIP. De vreemdeling betoogde dat zij geen sociaal netwerk heeft en dat hervestiging problematisch is vanwege het stigma en het beperkte bereik van NAPTIP.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet in staat zou zijn, eventueel met hulp van NAPTIP, een nieuw netwerk op te bouwen en zich te hervestigen. De minister kon zich daarom redelijk op het standpunt stellen dat van de vreemdeling kon worden gevergd Nederland te verlaten. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 10 april 2012.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van voortgezet verblijf gehandhaafd.