ECLI:NL:RVS:2012:BW3831
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over terugvordering zorg- en huurtoeslag 2007
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem waarin haar beroepen tegen de terugvordering van zorg- en huurtoeslag over 2007 ongegrond werden verklaard. De Belastingdienst had de toegekende toeslagen definitief vastgesteld op lagere bedragen dan de eerder uitgekeerde voorschotten, omdat het toetsingsinkomen van appellante en haar partner hoger bleek dan opgegeven.
Appellante stelde in eerste aanleg dat zij niet in de gelegenheid was gesteld haar bezwaren mondeling toe te lichten, maar de rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht van een hoorzitting was afgezien omdat het toetsingsinkomen niet was bestreden. In hoger beroep voerde appellante een nieuwe grond aan dat het toetsingsinkomen lager zou zijn dan vastgesteld, maar deze grond werd buiten beschouwing gelaten omdat zij deze niet eerder had ingebracht.
De Raad van State concludeert dat er geen reden is om de uitspraak van de rechtbank te vernietigen. De overwegingen van de rechtbank zijn niet onjuist bevonden en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.