ECLI:NL:RVS:2012:BW4072
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens beleidsregels en standstill-bepaling
De minister voor Immigratie en Asiel heeft een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als zelfstandige afgewezen, omdat met de voorgenomen bedrijfsmatige activiteit geen wezenlijk Nederlands belang wordt gediend. De rechtbank had dit besluit vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad van State oordeelt dat het beleid zoals neergelegd in paragraaf B5/7.8 van de Vreemdelingencirculaire 2000, gebaseerd op een algemene beoordeling van de toenmalige minister van Economische Zaken, niet in strijd is met de standstill-bepaling van het aanvullend protocol tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije. De Raad stelt vast dat het ontbreken van een individueel advies niet leidt tot een wijziging in ongunstige zin van beleidsregels.
Verder wordt geoordeeld dat de minister terecht het standpunt heeft gehandhaafd dat met de bedrijfsactiviteit geen wezenlijk Nederlands belang wordt gediend en dat het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als zelfstandige grond voor afwijzing is toegestaan. Ook is het horen van de vreemdeling in de bezwaarprocedure niet vereist geweest omdat geen redelijkerwijs te verwachten andersluidend besluit mogelijk was.
Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.