ECLI:NL:RVS:2012:BW4559
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor steiger ondanks bezwaar op basis van oude gewoonte
Het college verleende op 14 juni 2010 een vergunning voor het maken en hebben van een steiger in de Ringvaart nabij een perceel met een recht van opstal. De erfgenamen van de opstalhouder maakten bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de oude gewoonte was dat alleen opstalhouders een dergelijke vergunning kregen.
Het college verklaarde de bezwaren ongegrond en ook de rechtbank wees het beroep van de erfgenamen af, omdat de oude gewoonte niet meer van toepassing is sinds de fusie van waterschappen en de invoering van de Keur Rijnland 2006 en 2009. De Raad van State bevestigt dit oordeel en stelt dat het college alleen belangen mag meewegen die voortvloeien uit de Waterwet en dat er geen waterstaatkundige bezwaren zijn tegen de vergunning.
De Raad van State oordeelt dat de beleidswijziging zorgvuldig tot stand is gekomen en dat het college niet verplicht is om de oude gewoonte te volgen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor de steiger wordt bevestigd.