Uitspraak
200904489/1waarin een vergelijkbare zaak aan de orde was.
200905555/1/R1 en 200906452/1/R1. De Afdeling komt daarom tot het oordeel dat er bij de taxatie van de waarde van de in geding zijnde gronden in dit geval geen aanleiding bestond voor het maken van een onderscheid tussen de waarde van de gronden als onderdeel van het complex en enig deel van die gronden die door het plan een zichtlocatie worden. Gelet op het vorenstaande faalt het betoog van [appellant sub 1] dat aan zijn gronden een hogere inbrengwaarde had moeten worden toegekend vanwege de ligging van de gronden aan de A12.