Uitspraak
201007178/1/H1) valt uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Awb (Kamerstukken II 2003-2004, 29 702, nr. 3, blz. 165) af te leiden dat het in artikel IV van de Vierde tranche neergelegde overgangsrecht ten doel heeft eerbiedigende werking toe te kennen aan het recht zoals dit gold tot 1 juli 2009, indien op die datum sprake was van een lopend handhavingsproces. Nu het college op 26 maart 2009 de last onder bestuursdwang heeft opgelegd wegens een overtreding die plaatsvond vóór 1 juli 2009, is het recht zoals dat gold tot 1 juli 2009 op het geschil over de vaststelling van de kosten van de op 5 november 2009 toegepaste bestuursdwang, van toepassing. De burgerlijke rechter is bevoegd kennis te nemen van dit geschil. De rechtbank heeft dit niet onderkend.