Uitspraak
200302722/1), is de omstandigheid dat gevolg wordt gegeven aan de last, geen reden voor herroeping daarvan, te minder nu de last ook het beëindigd houden van de bewoning van de bedrijfswoning door daartoe niet-gerechtigden betreft.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn legde aan appellant een last onder dwangsom op om het gebruik van een deel van zijn bedrijfswoning voor kamerverhuur te beëindigen, omdat dit in strijd was met het bestemmingsplan "Stuwwalrand Parkzone Zuid". Appellant stelde dat de huurders een functionele binding hadden met het garagebedrijf, waardoor kamerverhuur was toegestaan, en dat de dwangsom onredelijk hoog was.
De Afdeling oordeelde dat alleen de eigenaar van het bedrijf, die het beheer en toezicht voert, een functionele binding heeft met het bedrijf. De overige huurders hadden die niet, waardoor het gebruik voor kamerverhuur strijdig was met het bestemmingsplan. De handhaving was daarom terecht. Wel werd geoordeeld dat de dwangsom onzorgvuldig was vastgesteld omdat deze gebaseerd was op het totale huurinkomen in plaats van alleen de kamerhuurders.
De Afdeling vernietigde het besluit over de dwangsom en stelde deze vast op een lager bedrag van € 3.000 per maand met een maximum van € 18.000. Tevens veroordeelde zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd.
Uitkomst: De dwangsom werd verminderd tot € 3.000 per maand met een maximum van € 18.000 en het college werd veroordeeld tot proceskostenvergoeding.