Uitspraak
200206222/1) ziet op de omstandigheid dat het niet instellen van hoger beroep tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank, indien in beroep tegen het hernieuwde besluit op bezwaar beroepsgronden worden aangevoerd, die door de rechtbank in die eerdere uitspraak uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn verworpen, tot gevolg heeft dat de rechtbank van de juistheid van het eerder gegeven oordeel over die beroepsgronden heeft uit te gaan.