Eiseres had een procescertificaat voor asbestverwijdering dat door verweerster op 18 september 2017 werd ingetrokken na constatering van meerdere categorie II-afwijkingen. Na bezwaar en opschorting werd het procescertificaat definitief ingetrokken bij besluit van 3 april 2018. Eiseres betwistte de geconstateerde categorie II-afwijking op een projectlocatie in Leiden en voerde aan dat de intrekking onevenredig en onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat tijdens een audit op 3 augustus 2017 geconstateerd is dat de onderdrukregistratie in containments niet ononderbroken aanwezig was, wat een categorie II-afwijking oplevert. Eiseres slaagde er niet in deze constatering te weerleggen. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat binnen een jaar meerdere categorie II-afwijkingen waren geconstateerd, waaronder eerdere onvoorwaardelijke schorsingen, waardoor de intrekking op grond van de sanctieregeling gerechtvaardigd was.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres en oordeelde dat de sanctie geen strafrechtelijk karakter heeft maar een vorm van bestuurlijk toezicht is gericht op veiligheid en kwaliteitsborging. De hardheidsclausule was niet van toepassing omdat eiseres geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.