Uitspraak
200900801/1/R3, overwogen dat indien een voor veehouderijen toepasselijke individuele geurnorm wordt overschreden, dit niet met zich brengt dat geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voorts heeft de Afdeling bij uitspraak van 6 januari 2010, zaak nr.
200807852/1/R2, overwogen dat indien de voor veehouderijen toepasselijke individuele norm niet wordt overschreden er evenmin zonder meer van kan worden uitgegaan dat ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Ook indien in een gemeentelijke geurverordening bepaalde geurnormen zijn vastgelegd, moet inzichtelijk zijn dat de toegestane milieubelasting in overeenstemming is met de uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbare inrichting van het gebied. Uit de stukken blijkt niet dat de achtergrondbelasting is onderzocht of berekend. Nu in de omgeving van het plangebied ook andere veehouderijen zijn gevestigd, had naar het oordeel van de Afdeling in beginsel de cumulatie van stankhinder vanwege alle omliggende veehouderijen dienen te worden betrokken bij de beoordeling van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van [appellant]. Gelet op het voorgaande acht de Afdeling het bestreden besluit in zoverre onvoldoende gemotiveerd als bedoeld in artikel 3:46 van Pro de Awb.
200910297/1/R3), dat de bestrijding van besmettelijke dierziekten haar regeling primair vindt in andere wetgeving. Voorts kunnen aan de milieuvergunning voorschriften worden verbonden die de gevolgen voor de volksgezondheid voorkomen dan wel beperken. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat op die manier de risico's voor de volksgezondheid niet afdoende kunnen worden beperkt.