ECLI:NL:RVS:2012:BW7074
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- C.H.M. van Altena
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over inbewaringstelling gezin vreemdelingen met minderjarige kinderen
Bij besluiten van 12 december 2011 zijn vreemdelingen, waaronder minderjarige kinderen, in vreemdelingenbewaring gesteld met het oog op overdracht aan Oostenrijk op basis van een Dublinclaim. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze inbewaringstellingen ongegrond, maar de vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet voldoende terughoudend heeft getoetst of minder dwingende maatregelen dan inbewaringstelling mogelijk waren, vooral gezien het grote gewicht dat het IVRK toekent aan de persoonlijke belangen van minderjarige kinderen. De minister heeft onvoldoende aangetoond dat een belangenafweging is gemaakt en waarom inbewaringstelling noodzakelijk was, terwijl de vreemdelingen meewerkten en beschikbaar waren voor vertrek.
De Raad stelt vast dat de inbewaringstelling van het gehele gezin niet strikt noodzakelijk was en vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Tevens kent de Raad een vergoeding toe aan de vreemdelingen voor de periode van de vrijheidsontneming en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en kent vergoeding toe wegens onrechtmatige inbewaringstelling van het gezin vreemdelingen.