ECLI:NL:RVS:2012:BW7277
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- M.M. Bosma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdeling
De vreemdeling had een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen die zou voorkomen dat hij strafbaar zou zijn of uitgezet zou worden gedurende de behandeling van zijn hoger beroep tegen het besluit van 30 maart 2012. Dit besluit betrof de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en het opleggen van een inreisverbod.
De voorzieningenrechter had het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning ongegrond verklaard en zich onbevoegd verklaard ten aanzien van het beroep tegen het inreisverbod. Zowel de minister als de vreemdeling hadden hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Raad van State.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de enkele omstandigheid dat het besluit voor uitvoering vatbaar is, geen spoedeisend belang oplevert zoals bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd meegewogen dat de strafbaarheid van de vreemdeling ingevolge artikel 108 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geen spoedeisend belang oplevert en dat het onduidelijk was of en wanneer uitzetting zou plaatsvinden.
De voorzitter wees het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond af en gaf aan dat indien de minister voornemens is tot uitzetting over te gaan, de vreemdeling tijdig geïnformeerd zal worden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit van de vreemdeling wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.