ECLI:NL:RVS:2012:BW9103
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens nieuwe asielaanvraag en vergunning
De vreemdeling had bij besluit van 14 december 2010 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen gekregen. Tegen de daaropvolgende uitspraak van de voorzieningenrechter heeft hij hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. Tijdens de procedure is op 23 april 2012 een nieuwe verblijfsvergunning verleend op basis van een nieuwe aanvraag van 22 februari 2012.
De vreemdeling stelde dat de ingangsdatum van deze vergunning vervroegd moest worden naar de datum van zijn eerdere aanvraag. De Raad van State oordeelde echter dat de nieuwe vergunning op grond van een nieuwe aanvraag en nieuw beleid is verleend, waardoor het hoger beroep over de eerdere afwijzing niet meer leidt tot vervroeging van de ingangsdatum.
Omdat de vreemdeling geen actueel en concreet belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep, verklaarde de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk. Wel werd opgemerkt dat het belang van de vreemdeling op een later moment actueel kan worden, zonder dat het eerdere besluit hem dan kan worden tegengeworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel en concreet belang.