ECLI:NL:RVS:2012:BX0053
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- M.A.A. Mondt Schouten
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vergoeding griffierechten aan vreemdeling in opvang
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) had een verzoek van een vreemdeling om vergoeding van griffierechten afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en kende een vergoeding van €300 toe. Het COa ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat het recht op vergoeding beoordeeld moet worden op het moment van indiening van de aanvraag en niet op het moment van het besluit. Omdat de vreemdeling ten tijde van het indienen van het beroepschrift en het verzoek om voorlopige voorziening met recht in de opvang verbleef en binnen redelijke termijn vergoeding had gevraagd, viel de aanvraag onder de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005).
Het COa stelde dat de vreemdeling op het moment van het besluit geen recht meer had op opvang vanwege opname in een gesloten GGZ-inrichting, maar dit standpunt kon niet worden betrokken bij de beoordeling van het hoger beroep. De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde het COa tot vergoeding van proceskosten van €437.
Uitkomst: Het hoger beroep van het COa wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met vergoeding van proceskosten aan de vreemdeling.