ECLI:NL:RVS:2012:BX0056
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens gebrekkige motivering
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel verblijf bij haar echtgenoot, die houder is van een verblijfsvergunning regulier op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet. De minister wees de aanvraag af omdat de partner geen gelegaliseerde ongehuwdverklaring had overgelegd.
De vreemdeling stelde dat er een uitvoeringspraktijk bestaat waarbij houders van een verblijfsvergunning regulier op grond van de Regeling worden vrijgesteld van het overleggen van een gelegaliseerde ongehuwdverklaring. Zij verwees naar meerdere gevallen waarin dergelijke vrijstellingen werden toegepast. De minister betoogde dat deze gevallen kennelijke misslagen waren, maar gaf geen nadere toelichting.
De Raad van State oordeelde dat het bestreden besluit van de minister een deugdelijke motivering mist, omdat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat de genoemde gevallen misslagen zijn. De uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde werd vernietigd, het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit van 6 april 2011 vernietigd.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan de vreemdeling. Hiermee werd de vreemdeling alsnog in het gelijk gesteld en wordt de aanvraag voor de mvv opnieuw beoordeeld met inachtneming van de juiste motivering en vrijstellingspraktijk.
Uitkomst: Het besluit van de minister tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt vernietigd wegens gebrek aan deugdelijke motivering.