Uitspraak
200908348/1/H1, terecht vooropgesteld dat de handreiking een globaal en indicatief karakter heeft en dat, mits gemotiveerd, van de hierin aanbevolen afstanden kan worden afgeweken. Niet in geschil is dat de activiteiten in de kinderopvang en de buitenschoolse opvang kunnen worden aangemerkt als activiteiten behorend tot milieucategorie 2 als bedoeld in de handreiking. Voor dergelijke activiteiten wordt in de handreiking uit het oogpunt van geluidhinder in een rustige woonwijk een kortste afstand aanbevolen tussen deze activiteit en woningen van 30 meter. Niet wordt betwist dat de afstand tussen de woningen van [appellant] en anderen en het gebouw waarin de kinderopvang en de buitenschoolse opvang wordt gevestigd minder dan 30 meter bedraagt, zodat aan de in de handreiking aanbevolen afstand niet wordt voldaan. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat niettemin sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat er in dit geval aldus van kan worden afgeweken. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft het college verwezen naar het Akoestisch onderzoek "Ons Doelstraat 44 te Boxtel" van BK Geluid&Trillingen B.V. van 19 november 2010. Hierbij heeft het college in aanmerking genomen dat uit dit akoestisch onderzoek, waarin het stemgeluid van spelende kinderen op het tot het project behorende speelterrein is meegenomen, is gebleken dat het zogenoemde langtijdgemiddelde geluidsniveau van 50 dB(A) en het maximale geluidniveau van 70 dB(A) ter plaatse van de nabij gelegen woningen ten gevolge van de kinderopvang en de buitenschoolse opvang niet worden overschreden. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college dit akoestisch onderzoek aan zijn besluit ten grondslag mocht leggen. Bij dit oordeel heeft de rechtbank terecht in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat het onzorgvuldig tot stand is gekomen of anderszins gebreken vertoont en dat [appellant] en anderen in dit verband geen tegenadvies van een andere deskundig te achten persoon of instantie hebben overgelegd. De rechtbank heeft in hetgeen [appellant] en anderen op dit punt hebben aangevoerd terecht geen aanknopingspunten gezien voor de conclusie dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat vanwege de te realiseren kinderopvang en buitenschoolse opvang niet zodanige geluidoverlast is te verwachten dat ter plaatse van de woningen van [appellant] en anderen geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd, zodat in dit geval van de in de handreiking aanbevolen afstand kan worden afgeweken.
200603372/1), terecht overwogen dat het college dient te beslissen omtrent het nemen van een projectbesluit, zoals dat is aangevraagd. Indien een project op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking nopen, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren, hetgeen [appellant] en anderen niet aannemelijk hebben gemaakt. Voorts heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat [appellant] en anderen niet aannemelijk hebben gemaakt dat aan de vestiging van een nieuwe kinderopvang en een buitenschoolse opvang geen behoefte zou bestaan. Het college was, anders dan [appellant] en anderen betogen, niet gehouden op dit punt overleg te voeren met omwonenden. Verder maakt de omstandigheid dat de Afdeling het goedkeuringsbesluit van 26 februari 2008 inzake het bestemmingsplan "Centrum Boxtel", voor zover dit betrekking heeft op het perceel, bij uitspraak van 25 februari 2009 in zaak nr. 200802389/1 (www.raadvanstate.nl) heeft vernietigd, niet dat het college ten behoeve van het project geen projectbesluit heeft mogen nemen.