ECLI:NL:RVS:2012:BX0579
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gezinsband en risico bij terugkeer in vreemdelingenzaak asielverblijfsvergunning
De minister van Justitie wees op 19 augustus 2010 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en weigerde tevens ambtshalve een reguliere verblijfsvergunning te verlenen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. Zowel de minister als de vreemdeling stelden hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op foltering, onmenselijke of vernederende behandeling. De vreemdeling voerde aan dat zij bescherming behoefde als alleenstaande minderjarige vreemdeling, maar de Raad stelde vast dat haar moeder al in Nederland verbleef, waardoor zij niet als alleenstaande minderjarige kon worden aangemerkt.
Verder werd vastgesteld dat het traditionele huwelijk van de vreemdeling in Somalië, waaruit twee kinderen zijn geboren, betekent dat zij een eigen gezin heeft gevormd en daardoor niet langer feitelijk tot het gezin van haar moeder behoort. Dit oordeel werd bevestigd ondanks het ontbreken van erkenning van het huwelijk in Nederland. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de vreemdeling ongegrond en dat van de minister gegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en dat van de vreemdeling ongegrond; de rechtbankuitspraak wordt vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.