ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ0253
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering machtiging voorlopig verblijf voor nareis gezinsleden
Eisers hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van het nareiscriterium uit de Vreemdelingenwet 2000. De aanvragen werden door verweerder afgewezen wegens het ontbreken van toestemmingsverklaringen van de achtergebleven ouders. Eisers stelden dat deze verklaringen niet konden worden overgelegd omdat de vaders onvindbaar waren en de ouders van andere gezinsleden overleden.
De rechtbank oordeelde dat de eis van een toestemmingsverklaring niet onredelijk is, maar dat het ook aannemelijk moet zijn dat het onmogelijk is zo’n verklaring te verkrijgen. Eisers hebben met verklaringen van referente en het Rode Kruis voldoende aannemelijk gemaakt dat de vaders onvindbaar zijn. De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat deze nieuwe feiten niet mochten worden betrokken.
Voor de halfbroers en halfzus van referente kon het ontbreken van toestemmingsverklaringen niet voldoende worden onderbouwd, zodat de afwijzing daarvan terecht was. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro en het Handvest werd verworpen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit voor de mvv-aanvragen van eisers 1 tot en met 3.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor de mvv-aanvragen van eisers 1 tot en met 3 vanwege het aannemelijk maken van onvindbaarheid van de vaders.