ECLI:NL:RVS:2012:BX0738
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring ondanks gebrekkige motivering minister
De vreemdeling werd op 7 mei 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld vanwege een risico dat hij zich aan het toezicht zou onttrekken. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State en klaagde dat de minister de motivering voor de bewaring niet concreet had toegelicht.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het aan de minister is om concreet aan te geven waarom uit de gronden kan worden afgeleid dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken. De rechtbank had ten onrechte zelf de toelichting op de gronden aangevuld, wat niet is toegestaan volgens artikel 8:69, tweede lid, van de Awb. Desondanks werd vastgesteld dat de gronden voor de bewaring terecht zijn gelegd, aangezien de vreemdeling niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen, zich aan toezicht had onttrokken, geen vaste woon- of verblijfplaats had en niet over voldoende middelen beschikte.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank met verbetering van de gronden. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.