ECLI:NL:RVS:2014:2418
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie vaardigde op 9 juli 2013 een terugkeerbesluit uit waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en werd een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling stelde beroep in tegen dit besluit, waarop de rechtbank Den Haag op 4 september 2013 het terugkeerbesluit en het inreisverbod vernietigde.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het terugkeerbesluit had vernietigd wegens een vermeende schending van het verdedigingsbeginsel. De Afdeling stelde vast dat de vreemdeling onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd om het besluit aan te vechten en dat het terugkeerbesluit gegrond was vanwege het risico op het ontduiken van toezicht.
Verder concludeerde de Afdeling dat het inreisverbod terecht was uitgevaardigd en dat de rechtbank ten onrechte schadevergoeding had toegekend aan de vreemdeling. De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit en inreisverbod worden in stand gelaten.