ECLI:NL:RVS:2012:BX2087
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onvoldoende beoordeling verlenging bewaring vreemdeling
De vreemdeling was in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en tegen de verlenging van deze bewaring heeft hij bezwaar gemaakt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar liet na om de beroepsgronden te beoordelen die zien op het zicht op uitzetting, de voortvarendheid van het handelen van de minister en de belangenafweging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank in strijd met artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ten onrechte niet is ingegaan op deze beroepsgronden. Volgens de wet dient bij verlengingsbesluiten beoordeeld te worden of de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan en of de bewaring nog gerechtvaardigd is.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling en beslissing met inachtneming van de juiste toetsing. Tevens stelt zij de proceskosten in hoger beroep vast en bepaalt dat de rechtbank beslist over de vergoeding daarvan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe beoordeling.