Uitspraak
200909551/10/R1), kan de vraag naar de rechtstreekse werking van bepalingen van een richtlijn alleen rijzen in gevallen van incorrecte implementatie of indien de volledige toepassing van de richtlijn niet daadwerkelijk is verzekerd.
Raad van State
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de herziening van het voorschot zorgtoeslag 2010 door de Belastingdienst, die de zorgtoeslag op nihil stelde omdat appellant geen zorgverzekering had die voldeed aan de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Appellant stelde verzekerd te zijn via een collectieve ICTY-polis bij Van Breda International, maar deze polis was niet gemeld bij het College zorgverzekeringen (CvZ) en voldeed daardoor niet aan de wettelijke eisen van een zorgverzekering volgens de Zvw. De Raad van State oordeelde dat de wettelijke verplichting voor verzekeraars om modelovereenkomsten vooraf te melden bij de zorgautoriteit noodzakelijk en proportioneel is, en niet in strijd met Europese richtlijnen 73/239/EEG en 92/49/EEG.
Omdat appellant geen geldige zorgverzekering in de zin van de Zvw had gesloten, was hij geen verzekerde en had hij geen recht op zorgtoeslag. De rechtbank had dit oordeel al bevestigd, en de Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De zorgtoeslag 2010 is terecht herzien en vastgesteld op nihil omdat appellant geen geldige zorgverzekering in de zin van de Zvw had gesloten.