Betrokkene had voor haar minderjarige kinderen geen zorgverzekering afgesloten conform de Zorgverzekeringswet (Zvw), ondanks aanmaningen van het Zorginstituut. De verzekering via de werkgever van de echtgenoot bij Vanbreda International voldeed niet aan de wettelijke eisen van de Zvw. De rechtbank had de boetes vernietigd wegens onvoldoende onderzoek door het Zorginstituut, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak.
De Raad stelt dat betrokkene niet aan de verzekeringsplicht heeft voldaan en dat het Zorginstituut terecht boetes heeft opgelegd. Betrokkene had de aanmaningen ontvangen en was gehouden tijdig een passende verzekering af te sluiten. Argumenten over taalproblemen en onduidelijkheid zijn onvoldoende om de boetes te matigen.
De Raad verwijst naar de wettelijke bepalingen en de wetsgeschiedenis die de boetes rechtvaardigen, ook voor minderjarige kinderen waarvoor geen premie verschuldigd is. De boetes zijn bedoeld als prikkel om verzekeringsplicht na te komen. De beroepen van betrokkene worden ongegrond verklaard en de boetes blijven in stand.