Uitspraak
200901679/1/H1), strekt de mogelijkheid om de gelding van de toepasselijke bestemmingsregeling aan de orde te stellen in een procedure die is gericht tegen een besluit omtrent de verlening, dan wel weigering van een bouwvergunning voor een bouwplan niet zover, dat het betrokken onderdeel van het bestemmingsplan aldus opnieuw kan worden onderworpen aan de bij de goedkeuring van dat plan te hanteren toetsingsmaatstaf, waartegen een procedure bij de Afdeling mogelijk is geweest. In het door het dagelijks bestuur aangevoerde heeft de rechtbank terecht geen grond gezien het bestemmingsplan buiten toepassing te laten. Niet valt in te zien dat het planvoorschrift evident in strijd is met enige wettelijke bepaling die ten tijde van de totstandkoming van het bestemmingsplan van toepassing was. Voorts zou het buiten toepassing laten van artikel 16, derde lid, vijfde gedachtestreepje, van de planvoorschriften ertoe leiden dat geen bergingen meer mogen worden opgericht binnen de bestemming "tuin". Daarmee zou een situatie ontstaan die door de planwetgever niet is beoogd.