ECLI:NL:RVS:2012:BX4816
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende aannemelijkheid reëel risico bij uitzetting
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, die door de minister was afgewezen. De voorzieningenrechter had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd. De minister stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat deelname aan een demonstratie voor de Iraanse ambassade een nieuw feit is, maar dat dit feit niet voldoende is om aan te nemen dat de vreemdeling een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling bij uitzetting. De vreemdeling had slechts eenmaal deelgenomen aan een demonstratie zonder massaal karakter, waarbij hij foto's vasthield en leuzen riep, zonder dat dit tot speciale aandacht van de autoriteiten heeft geleid.
Verder was de vreemdeling niet in staat gebleken de authenticiteit van een duplicaat van een geboorte- en identiteitsbewijs aan te tonen, noch had hij de bekering tot het christendom tijdig en geloofwaardig als asielmotief naar voren gebracht. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico bij uitzetting.