ECLI:NL:RVS:2012:BX5034
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring gesteld zonder eerst bevel tot terugkeer naar andere lidstaat te geven
De vreemdeling werd op 21 mei 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld na zijn detentie wegens bezit van een vervalst paspoort. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond. De vreemdeling stelde dat artikel 62a, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, dat de Terugkeerrichtlijn implementeert, dwingt dat de minister hem eerst opdraagt zich onmiddellijk naar de lidstaat te begeven waar hij een verblijfsvergunning heeft, in dit geval België.
De Raad van State bevestigde dat een verzoek tot terugname op grond van de Dublin-verordening niet valt onder de Terugkeerrichtlijn, maar dat artikel 62a, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 wel van toepassing is op vreemdelingen met een verblijfsrecht in een andere lidstaat. Omdat de vreemdeling in België een geldige verblijfsvergunning had, had de minister hem eerst moeten bevelen zich naar België te begeven en hem de gelegenheid moeten geven dit bevel op te volgen voordat hij in bewaring werd gesteld.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel was reeds opgeheven, waardoor een bevel achterwege kon blijven. De vreemdeling kreeg een schadevergoeding toegekend over de periode van 21 mei tot 5 juni 2012 en de minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling gegrond met toekenning van vergoeding en proceskosten.