Uitspraak
200506283/1, met betrekking tot het reconstructieplan "Beerze-Reusel"), is de in artikel 27 van Pro de Rwc vervatte doorwerkingsregeling niet van toepassing op de beleidsuitspraken in het reconstructieplan over het grondgebruik binnen de zonering intensieve veehouderij, aangezien deze van de bestemmingsplanwetgever nog nader onderzoek, vaststelling van de feiten, beoordeling en (belangen)afweging tot op perceelsniveau vergen. Dat deze beleidsuitspraken niettemin bij de vaststelling en toetsing van bestemmingsplannen worden betrokken, doet er niet aan af dat ervan kan worden afgeweken, zonder dat daarvoor de in de Rwc neergelegde procedure dient te worden gevolgd. Reeds hierom leidt de omstandigheid dat artikel 9.3 van de Verordening, gelezen in verbinding met artikel 9.6, eerste lid, aanhef en onder a, afwijkt van de hierboven genoemde beleidsuitspraak niet tot het oordeel dat de raad de Verordening wegens strijd met de Rwc buiten toepassing had dienen te laten. Voorts bestaat geen grond voor het oordeel dat de provincie niet in redelijkheid tot vaststelling van de Verordening heeft kunnen komen.
201003090/1/H3) dient de beslissing van een bestuursorgaan om een ander orgaan te verzoeken een besluit te nemen zelf niet als besluit te worden aangemerkt. Dit is voor de weigering zodanig verzoek te doen niet anders. Hieruit volgt dat de weigering van de raad ontheffing van de Verordening aan te vragen niet zelfstandig appellabel is. De vraag of de raad in redelijkheid mocht weigeren ontheffing van de Verordening aan te vragen, komt echter aan de orde in het kader van de vraag of de raad in redelijkheid heeft kunnen weigeren de projectbesluiten te nemen.