ECLI:NL:RVS:2012:BX5240
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.J. Borman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid kostenberekening kopieën Wob-verzoek door decentrale overheid
Appellant verzocht informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) bij de korpsbeheerder van de politieregio Flevoland. De korpsbeheerder bracht kosten van €4,50 in rekening voor het vervaardigen van kopieën. Appellant maakte bezwaar tegen deze kosten, dat door de korpsbeheerder en vervolgens door de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de Wob geen grondslag biedt voor het in rekening brengen van kosten door decentrale overheden en dat alleen de centrale overheid dit mag doen op grond van artikel 12 van Pro de Wob. Tevens stelde appellant dat de tariefstelling niet deugde omdat alleen werkelijke kosten in rekening mochten worden gebracht.
De Raad van State oordeelde dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat decentrale overheden zelf bevoegd zijn tarieven vast te stellen en dat de regeling van Flevoland aansluit bij het Besluit tarieven openbaarheid van bestuur. Het Verdrag van Tromsø en de brief van de minister bieden geen grondslag voor het betoog van appellant. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank dat de kostenberekening redelijk is en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2012 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kostenberekening voor kopieën door de korpsbeheerder wordt bevestigd.