Uitspraak
200804977/1) mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. De rechtbank heeft terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de adviezen van de welstandscommissie van 30 september 2009 en 31 maart 2010 naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertonen dat het college deze niet zonder nadere toelichting aan zijn oordeel over welstand ten grondslag heeft mogen leggen. De enkele gestelde omstandigheid dat de voorzitter van de welstandscommissie zich in haar brief van 21 oktober 2010 op het standpunt heeft gesteld dat de huidige situatie vanuit een oogpunt van welstand niet volmaakt is, biedt, anders dan [appellant] en anderen betogen, geen grond voor het oordeel dat die commissie bij haar beoordeling is uitgegaan van de niet bestaande situatie waarin op alle woningen in het betreffende bouwblok een dakopbouw is aangebracht. Voorts heeft de rechtbank in de enkele omstandigheid dat de welstandscommissie bij de totstandkoming van de kadernota betrokken is geweest, anders dan [appellant] en anderen betogen, terecht geen grond gezien voor het oordeel dat die commissie haar taak in het onderhavige geval met vooringenomenheid heeft verricht.