Uitspraak
201102492/1/H2) bestaat geen recht op een voorschot kinderopvangtoeslag indien geen sprake is van een overeenkomst als bedoeld in artikel 52 van Pro de Wko die de basis vormt voor de kinderopvang. Dit betekent, gelezen in samenhang met artikel 18, eerste lid, van de Awir, dat degene die stelt recht te hebben op een voorschot kinderopvangtoeslag dat aan de hand van een schriftelijke overeenkomst met de houder van een gastouderbureau moet aantonen. Ingevolge artikel 11, derde lid, aanhef en onder c, van de Regeling moet de overeenkomst onder meer de duur ervan vermelden.