Uitspraak
201104719/1/A3) heeft overwogen is voor het ontstaan van de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen niet vereist dat daadwerkelijk harddrugs in de woning zijn verhandeld. Uit het woord "daartoe" in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet volgt dat de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking de bevoegdheid verschaft tot sluiting van een woning. Dit brengt tevens met zich dat de omstandigheid dat [appellant], naar hij stelt, geen wetenschap had van de aanwezigheid van de cocaïne in de woning, niet afdoet aan de bevoegdheid van de burgemeester tot sluiting van de woning. Gelet op de tekst van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is voor het ontstaan van de in dit artikel neergelegde bevoegdheid voorts niet noodzakelijk dat de burgemeester aannemelijk maakt dat de aanwezigheid van harddrugs in de woning overlast heeft veroorzaakt.