ECLI:NL:RVS:2012:BX7454
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten afwijzing verblijfsvergunning bij partner of ouder op grond van Regeling afwikkeling nalatenschap vreemdelingenwet
De vreemdelingen, van Poolse nationaliteit, hadden aanvragen ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bij hun partner of ouder, de referent, die houder is van een verblijfsvergunning volgens de Regeling afwikkeling nalatenschap vreemdelingenwet (oud). De minister wees deze aanvragen af en verklaarde de daaropvolgende bezwaren ongegrond. De rechtbank verklaarde de beroepen gegrond en vernietigde de besluiten, maar de minister ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte haar oordeel had gebaseerd op een eerdere uitspraak die niet van toepassing was op het onderdeel van de Regeling dat gezinsvorming betreft, omdat dit niet beperkt is tot asielzoekers. Tevens stelde de Afdeling vast dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom van de referent, een EU-burger die economisch niet actief is, in redelijkheid verlangd kon worden dat hij aan de inkomenseis voldoet, terwijl dat niet van vreemdelingen van niet-EU-nationaliteit wordt verlangd.
De minister stelde dat EU-burgers over alternatieve verblijfsrechten beschikken, maar dit was onvoldoende toegelicht. Hierdoor berusten de bestreden besluiten niet op een deugdelijke motivering en zijn zij vernietigbaar. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van de minister, en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De besluiten van de minister tot afwijzing van de verblijfsaanvragen worden vernietigd wegens onvoldoende motivering en de beroepen van de vreemdelingen worden gegrond verklaard.