ECLI:NL:RVS:2010:BN3383
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning EU-burger economisch niet actief
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die een verblijfsvergunning toekende aan een vreemdeling met de Litouwse nationaliteit, een EU-lidstaat, die economisch niet actief was.
De rechtbank had niet onderkend dat de verblijfsrechtelijke positie van EU-burgers verschilt van die van asielzoekers uit niet-EU-landen, ook als zij economisch niet actief zijn. De staatssecretaris had een contra-indicatie opgenomen in het beleid dat EU-burgers niet in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet heeft vastgesteld of de economische inactiviteit van de vreemdeling een bijzondere omstandigheid vormt die afwijking van het beleid rechtvaardigt. Uit eerdere uitspraken volgt dat omstandigheden die bij de totstandkoming van het beleid zijn betrokken niet als bijzonder kunnen worden aangemerkt.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er is geen ruimte voor een beroep op artikel 8 EVRM Pro in deze procedure. De staatssecretaris mocht terecht afzien van het horen van de vreemdeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.