ECLI:NL:RVS:2012:BX7461
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in bewaring gesteld zonder juiste belangenafweging bij asielaanvraag
De vreemdeling werd op 12 juni 2012 in vreemdelingenbewaring gesteld, terwijl hij op dat moment al had aangegeven asiel te willen aanvragen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, maar de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling vanaf het moment dat hij zijn asielverzoek kenbaar maakte, rechtmatig verblijf had en dat de bewaring op dat moment onrechtmatig was opgelegd op grond van een verkeerde wettelijke grondslag. De minister had onvoldoende gemotiveerd waarom de belangen van bewaring zwaarder zouden wegen dan het belang van de vreemdeling bij invrijheidstelling tijdens de asielprocedure.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. Tevens kende de Raad een schadevergoeding toe voor de periode van onrechtmatige bewaring en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt onrechtmatig geacht en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.