ECLI:NL:RVS:2012:BX7958
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen asielbesluiten ondanks medische bezwaren vreemdeling
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel heeft op 22 november 2011 de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De voorzieningenrechter verklaarde deze beroepen gegrond en bepaalde dat de minister nieuwe besluiten moest nemen met inachtneming van de overwegingen in de uitspraak.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de voorzieningenrechter ten onrechte had geoordeeld dat de minister zich moest vergewissen dat overdracht aan Polen niet in strijd was met internationale verplichtingen, met name artikel 3 EVRM Pro, en dat nader onderzoek naar medische behandeling in Nederland noodzakelijk was.
De medische stukken waren in het Pools gesteld en niet vertaald, waardoor de vreemdelingen niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij zonder behandeling in Polen een reëel risico liepen op een schending van artikel 3 EVRM Pro. De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de voorzieningenrechter voor zover deze niet had bepaald dat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand blijven en bepaalde dat deze rechtsgevolgen alsnog volledig in stand blijven.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 18 september 2012 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van de afwijzende besluiten van 22 november 2011 blijven volledig in stand.