ECLI:NL:RVS:2012:BX7966
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging bewaring vreemdeling onder betrokkenheid eerdere detentieperiodes
De vreemdeling had bezwaar gemaakt tegen de verlenging van zijn bewaring door de minister, stellende dat de minister ten onrechte niet de aansluitende periode van eerdere vreemdelingenbewaring en strafrechtelijke detentie had betrokken bij de belangenafweging. De rechtbank had dit niet onderkend en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad van State overwoog dat op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 bij de beoordeling van verlengingsbesluiten ook de voorafgaande aansluitende bewaring en strafrechtelijke detentie moeten worden betrokken. Hoewel de rechtbank dit niet expliciet had gedaan, bleek uit de voortgangsrapportage en de toelichting van de minister dat deze periode wel degelijk was betrokken bij de belangenafweging.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarbij de gronden van de uitspraak werden verbeterd en verduidelijkt.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling tegen de verlenging van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.