Uitspraak
200410561/1), kan de omstandigheid dat beroep wordt ingesteld namens een persoon of personen van wie tijdens de beroepstermijn de identiteit niet kenbaar is, niet worden beschouwd als een vormverzuim dat op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb kan worden hersteld. In dat geval staat tijdens de beroepstermijn immers in het geheel nog niet vast wie beroep heeft willen instellen. De artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb strekken er niet toe het mogelijk te maken beroep in te stellen namens nog onbekende personen. De in artikel 8:1, in samenhang met de artikelen 6:7 en 6:11 van de Awb neergelegde regeling met betrekking tot de beroepstermijn brengt met zich dat de identiteit van degene(n) namens wie beroep wordt ingesteld, voor afloop van de beroepstermijn kenbaar moet zijn.
201107570/1/R1een oordeel gegeven over het besluit van 25 mei 2011 van de deelraad van het stadsdeel Zuid tot vaststelling van bestemmingsplan "Museumkwartier en Valeriusbuurt". Hetgeen [appellant] over de vaststelling van het bestemmingsplan heeft aangevoerd, kan niet in deze procedure over de verleende vrijstelling en bouwvergunning aan de orde komen. Vast staat dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan.