ECLI:NL:RVS:2012:BX8713
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep minister tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar verblijfsvergunning
De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel wees een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd af. De minister verklaarde het bezwaar van de vreemdeling tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk. De rechtbank 's-Gravenhage oordeelde echter dat het bezwaar ontvankelijk was en vernietigde het besluit van de minister.
De minister stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de gemachtigde van de vreemdeling de brief van 30 maart 2011, waarin de minister gelegenheid gaf om het verzuim te herstellen, op niet ongeloofwaardige wijze had ontkend te hebben ontvangen. De Raad van State overwoog dat het bestuursorgaan aannemelijk moet maken dat een niet aangetekende brief is verzonden naar het juiste adres, waarna de geadresseerde het ontvangstvermoeden kan ontzenuwen door feiten te stellen.
De Raad van State stelde vast dat de minister aannemelijk had gemaakt dat de brief op 30 maart 2011 was verzonden. De gemachtigde had niet op niet ongeloofwaardige wijze ontkend de brief te hebben ontvangen, ook niet door het verzoek om een kopie van de brief in juni 2011. Daarom moest worden aangenomen dat de brief kort na verzending was ontvangen.
Omdat de gemachtigde niet binnen de gestelde termijn bezwaargronden had ingebracht, was het besluit van de minister om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren terecht. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.