ECLI:NL:RVS:2011:BR6349
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- M.A.A. Mondt-Schouten
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen boetebesluit Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde de vennootschap een boete van €33.500 op wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en de Algemene wet bestuursrecht. De vennootschap diende bezwaar in tegen dit besluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat was ingediend.
De vennootschap stelde dat zij het besluit nooit had ontvangen en dat het bezwaar slechts een dag te laat was. Zij verwees naar een telefoongesprek van haar boekhouder met de minister en stelde dat de minister onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het besluit was ontvangen.
De Raad van State overwoog dat het bestuursorgaan aannemelijk moet maken dat het besluit naar het juiste adres is verzonden, waarna het aan de geadresseerde is om dit te ontkrachten. De minister had aannemelijk gemaakt dat het besluit was verzonden, en de vennootschap had onvoldoende feiten gesteld om ontvangst te betwijfelen.
De enkele omstandigheid dat het bezwaar een dag te laat was, was onvoldoende om niet in verzuim te zijn. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar niet-ontvankelijk is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.