Uitspraak
201104545/1/T1/A3en
201104809/1/T1/A3, vloeit uit de formulering van de verboden neergelegd in artikel 11 van Pro de Ffw voort dat slechts maatregelen die zien op het voorkomen van overtreding van de in die bepaling opgenomen verboden, kunnen worden betrokken bij de beoordeling of die verboden worden overtreden.
200802624/1is overwogen dat het toekennen van betekenis aan het in artikel 2, derde lid, aanhef en onder j, van het Vrijstellingsbesluit genoemde belang van de uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zich niet verdraagt met artikel 9 van Pro de Vogelrichtlijn. Dit brengt mee dat als artikel 9 van Pro de Vogelrichtlijn op deze zaak van toepassing is, de staatssecretaris dat belang niet aan de ontheffingverlening ten grondslag mag leggen.