ECLI:NL:RVS:2012:BY0147
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.J. Borman
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit inreisverbod wegens onvoldoende motivering en procedurele fouten
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen en waarbij tevens een inreisverbod van twee jaar werd opgelegd. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. In hoger beroep klaagde de vreemdeling dat de minister onvoldoende rekening had gehouden met individuele omstandigheden die tot een kortere duur van het inreisverbod zouden moeten leiden, en dat de minister de motivering van het inreisverbod niet deugdelijk had gegeven.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister niet had voldaan aan zijn verplichting om de vreemdeling in de gelegenheid te stellen individuele omstandigheden aan te voeren die de duur van het inreisverbod konden verkorten. Hierdoor was het besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht genomen. De uitspraak van de voorzieningenrechter werd daarom vernietigd voor zover het beroep tegen het inreisverbod ongegrond werd verklaard.
De Afdeling bepaalde echter dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat tijdens de zitting was aangegeven dat er geen bijzondere belangen aan de zijde van de vreemdeling aanwezig waren. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en schending van hoorregels, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.