ECLI:NL:RVS:2012:BY0847
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Weigering verblijfsvergunning asiel wegens verantwoordelijkheid ander Dublinland ondanks medische omstandigheden
De vreemdeling diende op 9 december 2011 een asielaanvraag in Nederland in, maar bleek eerder asielaanvragen in Polen te hebben gedaan. Volgens de Dublinverordening is Polen verantwoordelijk voor de behandeling van haar aanvraag. De minister wees de aanvraag af en de rechtbank verklaarde het beroep gegrond, oordelend dat de minister het verzoek zelf had moeten behandelen wegens medische omstandigheden.
De minister ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte haar eigen oordeel had gegeven over de bijzondere omstandigheden die nodig zijn om af te wijken van de Dublinverordening. De Raad van State oordeelde dat de minister een ruime beleidsvrijheid heeft en dat de rechter terughoudend moet toetsen. De medische omstandigheden van de vreemdeling, hoewel ernstig, vormden geen voldoende grond om de Dublinprocedure te staken.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, omdat de minister zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat geen bijzondere individuele omstandigheden bestonden die een uitzondering rechtvaardigen. De overige beroepsgronden werden niet behandeld.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister wordt bevestigd.