ECLI:NL:RVS:2012:BY1583
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vreemdelingenbewaring wegens ontbreken documenten en risico op toezichtontduiking
De minister stelde de vreemdeling, een staatloze Palestijn die sinds 1993 onrechtmatig in Nederland verblijft, in vreemdelingenbewaring wegens het ontbreken van documenten en het risico dat hij zich aan het toezicht zou onttrekken.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard en de bewaring opgeheven, maar de minister ging in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het ontbreken van documenten als bedoeld in artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit 2000 kan worden beschouwd als het niet naleven van verplichtingen uit hoofdstuk 4 van dat besluit, en dat dit een geldige grond is voor bewaring.
Verder was er voldoende grond om aan te nemen dat de vreemdeling zich aan het toezicht zou onttrekken, ondanks zijn beperkte inspanningen om terug te keren naar Libanon. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vreemdelingenbewaring blijft gehandhaafd.