Uitspraak
200902874/1/R3is uit een oogpunt van rechtszekerheid vereist dat de strekking van een besluit inhoudende het geven van een reactieve aanwijzing duidelijk is. De strekking van een dergelijk besluit dient dan ook niet behoeven te worden afgeleid uit de overwegingen die daarin zijn opgenomen of uit hetgeen het college met het geven van de reactieve aanwijzing heeft beoogd; alleen het dictum van het aanwijzingsbesluit is hiervoor bepalend.
201103930/1/R3is het beroep van het college tegen artikel 3, lid 3.9.15, van de planregels niet-ontvankelijk verklaard, omdat dit artikel door de reactieve aanwijzing geen deel meer uitmaakt van het vastgestelde plan en daartegen dan ook geen beroep kon worden ingesteld. Het beroep, voor zover gericht tegen artikel 5, lid 5.9.17, en artikel 6, lid 6.9.13, van de planregels, is bij diezelfde uitspraak echter gegrond verklaard, omdat de raad heeft erkend dat in de betreffende planregels verzekerd had moeten worden dat de sloop van de te verplaatsen woning ook daadwerkelijk plaatsvindt. Voorts blijkt uit een brief van de raad die het college als bijlage bij zijn beroepschrift heeft gevoegd dat de raad in de beoogde herziening van het bestemmingsplan de betreffende artikelen zal aanpassen, zodat de sloop van bedoelde woning zal worden verzekerd. Met betrekking tot artikel 3, lid 3.9.15, van de planregels is ter zitting door de raad bevestigd dat dit artikel eveneens zal worden aangepast bij de herziening van het bestemmingsplan omdat hieraan hetzelfde gebrek kleeft. Gegeven deze omstandigheden is het vanuit het oogpunt van een efficiënte proceseconomie niet aangewezen dat door de vernietiging van de reactieve aanwijzing met betrekking tot artikel 3, lid 3.9.15, van de planregels dit artikel alsnog bekend wordt gemaakt.
200910210/1/R1, volgt dat het college onder meer gebruik kan maken van de bevoegdheid tot het geven van een reactieve aanwijzing in gevallen waarin het stellen van algemene regels wordt overwogen of voorbereid. Daarbij is van belang dat het provinciale beleid ten aanzien van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing (hierna: vab-beleid) en de daarmee samenhangende sloopverplichting van overtollige bebouwing reeds was op genomen in de Interimstructuurvisie en de Paraplunota. In bijlage 6 van de Interimstructuurvisie, waarin staat over welke onderwerpen uit de Interimstructuurvisie en de Paraplunota regels in de verordening zouden worden opgenomen, wordt dit onderwerp genoemd.