Uitspraak
200703137/1) heeft de Afdeling geoordeeld dat de botenloods dient te worden aangemerkt als een bouwwerk in de zin van de Woningwet. De bouwaanvraag is ingediend ter legalisering van dit bouwwerk.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk weigerde op 17 november 2009 vrijstelling van het bestemmingsplan en een bouwvergunning voor het plaatsen van een drijvende botenloods op een perceel in Noordwijk. Het perceel is bestemd voor recreatieve doeleinden binnen een landschappelijke zone waar openheid moet worden behouden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan omdat er geen bebouwingsvlak is opgenomen op de locatie. De structuurvisie Noordwijk 2030 vereist dat het gebied zo open mogelijk blijft, waarbij de omvang van de botenloods het kleinschalige karakter van de jachthaven aantast. Het college mocht het rapport van bureau Het Vooruitzicht betrekken bij zijn beoordeling.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat appellant geen concrete toezeggingen kon aantonen die het gerechtvaardigd vertrouwen rechtvaardigen. Ook was de belangenafweging van het college tussen het financiële belang van appellant en het woonbelang van een belanghebbende, die hinder ondervindt door de omvang en ligging van de loods, redelijk. De Raad van State bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van vrijstelling en bouwvergunning voor de drijvende botenloods.